Epilepsie: “Wacht even, ik ben zo weer terug”

0 comment

Zo sta je, en zo gaat je licht uit. Je ademhaling gaat door en je hart blijft kloppen. Heel even ben ik van de wereld. ”Even pauze nemen” zeg ik dan altijd.Of, ”Ik ging er even bij liggen” is ook een bekende. ”Ik denk dat ik voor je gevallen ben” is ook leuk, maar gebruik ik alleen bij mensen die ik goed ken.

Het Hunkemöller – tasje wordt uit mijn hand gepakt en mijn tas onder mijn arm vandaan gehaald. Mijn ketting wordt bekeken en de ambulance is al onderweg. 2 vrouwen van de politie zijn erbij gekomen en proberen mij weer terug op aarde te krijgen maar ik ben heel ver weg. Zelfs duizelig in het donkere.

De ambulance arriveert en ik mag weer op het bed. Dat wordt een hele pauze! Zo sadistisch als ze zijn word ik in mijn nek geknepen, mijn wijsvinger wordt fijn geknepen en met een lampje schijnen ze in mijn ogen. Om nog maar niet te spreken over het roeren van de naald in de ader in mijn elleboog.

Als ik mijn ogen open doe lig ik in de ambulance. ”je ligt in de ambulance” zegt een zware stem. Ja dat kan ik ook wel zien, ik ben niet blind meneer. ”Weet je wat er gebeurd is?” vraagt dezelfde stem weer. Gezien ik in de ambulance lig hoef ik daar niet eens om te raden. Ik had weer pauze genomen. Kut. Omdat ik een halfuur van de wereld ben geweest moet ik toch mee naar het ziekenhuis. Shit. Dit was niet de planning. Ach, ik had anders toch niks te doen. Ben ik ook al zolang niet meer geweest. Ahum, 2 dagen geleden nog.

D e  m a n  n a a s t  m i j  i s  a a r d i g . D e  n a a l d  i n  m i j n  h a n d  i e t s  m i n d e r . D i e  z o u  i k  e r  z o  g r a a g  w e e r  u i t  t r e k k e n ,
w a t  e e n  r o t p l e k .

We kletsen vooral over mijn ‘vallende ziekte’ en de ambulance. Ambulancemedewerkers mogen gewoon sadistisch zijn. In nekken knijpen, wijsvingers blauw knijpen en vooral veel met naalden spelen.

Ik word naar de SEH gebracht. Hoewel ik al op de opmerking lig te wachten als er een ambulance moet komen dat ze mij kennen heb ik die nog niet gehad. Nu krijg ik die wel, maar dan van de artsen op de afdeling. ”He, een bekend gezicht!” en ”Dit was niet de bedoeling” zijn de begroetingen van de artsen die mij 2 dagen geleden ook al onderzocht hebben. Niet dat daar iets uit kwam, ik mocht mij gewoon weer 2 uur vervelen op de afdeling en dan weer naar huis.

Het verschil met twee dagen geleden is dat ik toen mijn vader nog had om tegenaan te lullen. Nu hangt die stoel heel nutteloos aan de muur. Leeg. Geen telefoon, want die heeft mijn oma meegekregen toen ze die uit mijn zak haalden. Niemand om tegenaan te kletsen. Alleen het gepiep van de monitor als ie niet goed aangesloten zit. Of als ik te weinig zuurstof binnen krijg. Een huilend kindje aan de overkant van de gang.

V e e l  w i t t e  s c h o e n e n  d i e  v o o r b i j  k o m e n  l o p e n .  M a a r  n i e m a n d  o p  m i j n  k a m e r  o m  m i j  u i t  d e z e  o o r v e r d o v e n d e  s t i l t e  t e  h o u d e n .

Zo nu en dan komt er iemand binnen om testjes te doen maar die zijn zo weer weg. De ”He wat vervelend zeg” heb ik ook al weer een aantal keer voorbij horen komen. En dan is het weer stil. Ik alleen met de monitor. En het voorbij gaan van de tijd.
Na 2 uur eindelijk het verlossende woord dat ik weer naar huis mag. ”en ik wil je over 2 dagen niet weer zien he!” krijg ik nog mee. Ik mag verhuizen naar de wachtkamer tot mijn vader mij komt halen. Eindelijk niet meer alleen. Die stilte doet pijn aan je oren.

”Tot ziens!”  Op naar de volgende controle na de volgende aanval.

*
*

geschreven door // Sammy de With

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *